Hokus, pokus, pas!
Een toverformule, nu ook voor jou!
Hokus, pokus, pas, daar verandert inkt in water; daar verdwijnt een geldstuk; plosteling staat er een zwart kruis in de hand van de goochelaar. Kinderen staan met open mond te kijken. De grotere kinderen, vooral jongens van een jaar of twaalf, letten scherp op, want ze willen precies weten hoe de goocheltrucs in elkaar zitten. Het liefst zouden ze zelf goochelaar willen zijn en met hoge hoed en toverstok achter de groene tafel staan. Nu, dat kan!
Ergens onder het zand van Corsica, en waarschijnlijk ook ergens in de aarde van Joego-Slavië, verbergt zich een miljoenenvermogen. Een goudschat die daar terechtkwam in de razernij van de tweede Wereldoorlog en waarvan het laatste geheim tot dusverre onontdekt bleef. Het bestaan ervan staat echter vast. Een twee jaar durende speurtocht van de bekende BBC-reporter Peter Eton heeft dat ondubbelzinnig aangetoond. Het was een speurtocht die hem van Corsica naar Frankrijk, van Joego-Slavië, Italië en Duitsland weer terug naar Corsica leidde.
Biggles bevindt zich in dit verhaal meer dan eens in een netelige positie. Het is ook geen kleinigheid om je op een onherbergzaam Siberisch eiland vol gevaarlijke tegenstanders verborgen te houden en dan bovendien nog iemand uit de zwaar bewaakte gevangenis te redden. Biggles en zijn vrienden hebben al hun koelbloedigheid nodig om dit avontuur tot een goed einde te brengen.
Allison holde naar de brandende tank toe. De koepel was nog niet door de vlammen verzwolven, maar dat kon elk ogenblik gebeuren. Hij aarzelde. Toen slaakte hij een diepe zucht en liet zich in de koepel vallen.
Het was alsof hij in de hel viel. Er speelden al lage vlammen helder over de vloer, dansten rond de koperen cilinders. Als hij geluk had zou er tijd zijn voor één schot.
Hij nam een brantgranaat, schoof hem in de stootbodem en het blok smakte dicht. Toen greep hij het richtapparaat. Hij richtte langsaam, nauwkeurig. Als hij miste was het met hen gedaan. Toen drukte hij op het vuurpedaal.
Er gebeurde niets. De tank had geen stroomvoorziening meer…
Toen begon de man naar hem toe te lopen. Het viel Kenton op dat hij een blik wierp in iedere coupé terwijl hij erlangs liep, en dat hij kleine doffe ogen had die als kiezelstenen in een pafferig, ongezond uitziend gezicht gezet waren. Toen hij dichterbij kwam, ging Kenton zo dicht mogelijk tegen het raam te staan om de ander gelegenheid te geven hem te passeren, maar dat deed de man niet. Kenton keek om en zag dat hij de coupé in stond te staren. Toen liep hij met een gemompeld Verzeihung terug en verdween in de volgende wagon…