Langs m’n neus weg, Max Tailleur

Langs mijn neus wegHet is de gewoonte dat een auteur, zeker zijn eerste publicatie, met een opdracht de wereld inzendt. Mijn grootste zorg was aan wie zou ik mijn boek moeten opdragen. Aan de mensen die mij de moppen vertellen? Ik weet het niet, want waar komen moppen eigenlijk vandaan? Als er vandaag in Japan één verteld wordt die begint met: “Yakimato komt Howikano op straat tegen”, hoor je hem drie dagen later in Amsterdam en heten Yakimato en Howikano plotseling Moos en Bram. Laat ik daarom mijn boek opdragen aan haar voor wie ik ploeter en werk, dag in dag uit, en die al mijn denken en doien in beslag neemt: de belasting.

Bigot & Van Rossum N.V. – Blaricum – 128 paginas

From Wikipedia – de vrije encyclopdie

Mozes (Max) Tailleur (Amsterdam, 12 juni 1909 – Amstelveen, 12 oktober 1990) was een Joodse-Nederlandse humorist. Hij specialiseerde zich in Joodse humor en verwierf roem met zijn Sam-en-Moos-moppen.
Hij werd geboren in een eenvoudig gezin in de Amsterdamse Jodenbuurt. Zijn vader, Hijman Tailleur, was handelsreiziger en fabrikant en zijn moeder, Schoontje Erwteman, was huisvrouw. Als schooljongen was Max al bezig met amuseren van anderen. Serieuze betrekkingen als handelsreiziger en diamantslijper werden een mislukking. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland slaagde Tailleur er in om naar Zwitserland uit te wijken. Na de invasie in Frankrijk ging hij naar Engeland waar hij zich bij de Prinses Irenebrigade kon aansluiten. Hij trad daar op voor de militairen en later terug in Nederland werd hij tekstschrijver voor cabaretiers zoals Snip en Snap.
Op 7 november 1952 begon Tailleur het cabaret De Doofpot in een voormalig café aan het Rembrandtplein in Amsterdam, waar hij tot 1966 met veel succes zijn moppen tapte. Om gezondsheidsredenen moest hij tegen het eind van de jaren ’60 stoppen, maar in 1971 begon hij De Geinlijn, waar men kon bellen om een opname van de mop van de dag te horen.
Bij zijn dood liet Max Tailleur een kaartsysteem met 50.000 moppen na.
Zijn lijfspreuk luidde:
Ik lach om niet te huilen.

Mozes (Max) Tailleur (Amsterdam, 12 juni 1909 – Amstelveen, 12 oktober 1990) was een Joodse-Nederlandse humorist. Hij specialiseerde zich in Joodse humor en verwierf roem met zijn Sam-en-Moos-moppen.

Hij werd geboren in een eenvoudig gezin in de Amsterdamse Jodenbuurt. Zijn vader, Hijman Tailleur, was handelsreiziger en fabrikant en zijn moeder, Schoontje Erwteman, was huisvrouw. Als schooljongen was Max al bezig met amuseren van anderen. Serieuze betrekkingen als handelsreiziger en diamantslijper werden een mislukking. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland slaagde Tailleur er in om naar Zwitserland uit te wijken. Na de invasie in Frankrijk ging hij naar Engeland waar hij zich bij de Prinses Irenebrigade kon aansluiten. Hij trad daar op voor de militairen en later terug in Nederland werd hij tekstschrijver voor cabaretiers zoals Snip en Snap.

Op 7 november 1952 begon Tailleur het cabaret De Doofpot in een voormalig café aan het Rembrandtplein in Amsterdam, waar hij tot 1966 met veel succes zijn moppen tapte. Om gezondsheidsredenen moest hij tegen het eind van de jaren ’60 stoppen, maar in 1971 begon hij De Geinlijn, waar men kon bellen om een opname van de mop van de dag te horen.

Bij zijn dood liet Max Tailleur een kaartsysteem met 50.000 moppen na.

Zijn lijfspreuk luidde Ik lach om niet te huilen.

Geplaatst in Uncategorized.