De donkere lichtjaren, Brian Aldiss

De donkere lichtjarenIn het jaar 2035 heeft een groep interstellaire onderzoekers op een nog nooit bezochte planeet een gewelddadige ontmoeting met een bizar ras van buitenaardse wezens. De utods, of “rhinomensen”, lijken met hun reusachtige lichamen op dieren. Alle pogingen om met hen te communiceren, lopen op niets uit. Bovendien blijken ze letterlijk te waden in hun eigen vuil, mest een modder; de adembenemende stank die ze verspreiden, schrikt ieder mens af.

Daarom is diezelfde mens diep geschokt, als blijkt dat de utods over onvoorstelbare geestelijke en lichamelijke capaciteiten beschikken en dat hun wereld filosofisch zeer complex en technologisch zeer ontwikkeld is – de utods beoefenen zelfs de ruimtevaart.
Wat is het geheim van deze gigantische wezens? Aylmer Clinson – de eenzaam achtergelaten ruimte-onderzoeker op een door utods bevolkte planeet – speurt verbeten naar het antwoord. Maar zelfs hij beseft niet dat de ingewikkelde breinen binnen de vreemde, massieve lichamen misschien de toekomst van het leven op aarde zullen bepalen…

De engelsman Brian Aldiss is een van de grootste talenten  in het science fiction-genre…

© 1970 by Born N.V. Uitgeversmaatschappij – Amsterdam / Assen – 185 paginas

Oorspronkelijke titel: The Dark Light-Years
Nederlands van Frank Visser
Omslagontwerp: Alex Jagtenberg
Omlsagfoto: Studio Lemaire

Brian W. Aldiss
(Doorverwezen vanaf Brian Aldiss)
Brian Aldiss in 2005
Brian Wilson Aldiss (East Dereham (Norfolk), 18 augustus 1925) is een Brits sciencefictionschrijver. Hij schrijft boeken onder de naam Brian W. Aldiss of simpelweg Brian Aldiss.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Aldiss in Birma gelegerd geweest en daarna werkte hij als boekhandelaar in Oxford. Naast korte SF-verhalen voor verschillende tijdschriften, schreef hij korte verhalen voor een tijdschrift van boekhandelaren over het leven in een denkbeeldige boekhandel. Dit trok de aandacht van de uitgever Faber and Faber en resulteerde in zijn eerste boek The Brightfount Diaries (1955), een verzameling van de boekhandelstukken.
Na publicatie van zijn eerste SF-boek Space, Time and Nathaniel (1957) wijdde hij zich geheel aan het schrijven.Tijdens de Worldcon van 1958 werd hij uitverkozen tot meest belovende nieuwe auteur en in 1960 werd hij voorzitter van de British Science Fiction Association. Gedurende de jaren 60 was hij literair redacteur bij de krant Oxford Mail.
Aldiss was niet alleen met zijn eigen werk zeer succesvol, maar ook als samensteller van bloemlezingen. Vooral een serie voor Penguin Books, gebundeld als The Penguin Science Fiction Omnibus (1973) kende meerdere herdrukken. Ook Space Opera (1974), Space Odysseys (1975), Galactic Empires (1976), Evil Earths (1976), en Perilous Planets (1978) kenden een goede ontvangst.
Het boek Frankenstein Unbound werd verfilmd door Roger Corman (1990). Het verhaal Supertoys Last All Summer Long vormde de basis voor de film AI (2001) van Steven Spielberg.
Aldiss won de Hugo Award voor het korte verhaal Hothouse in 1962. In 1965 verdiende hij de Nebula Award met de novelle The Saliva Tree. Zijn eerste BSFA Award kreeg hij in 1971 voor de roman The Moment of Eclipse. De John W. Campbell Memorial Award en de BSFA Award werden hem in 1983 toegekend voor Helliconia Spring en in 1985 won Helliconia Winter hem nog een BSFA Award. Met Trillion Year Spree kreeg hij in 1987 zijn tweede Hugo, de vierde BSFA Award en de Locus Award voor beste non-fictie boek.
In 1999 ontving hij de Nebula Grand Master Award van de Science Fiction and Fantasy Writers of America.

Brian W. Aldiss (from Wikipedia – De vrije encyclopedie)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Brian_Aldiss

Brian Wilson Aldiss (East Dereham (Norfolk), 18 augustus 1925) is een Brits sciencefictionschrijver. Hij schrijft boeken onder de naam Brian W. Aldiss of simpelweg Brian Aldiss.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Aldiss in Birma gelegerd geweest en daarna werkte hij als boekhandelaar in Oxford. Naast korte SF-verhalen voor verschillende tijdschriften, schreef hij korte verhalen voor een tijdschrift van boekhandelaren over het leven in een denkbeeldige boekhandel. Dit trok de aandacht van de uitgever Faber and Faber en resulteerde in zijn eerste boek The Brightfount Diaries (1955), een verzameling van de boekhandelstukken.

Na publicatie van zijn eerste SF-boek Space, Time and Nathaniel (1957) wijdde hij zich geheel aan het schrijven.Tijdens de Worldcon van 1958 werd hij uitverkozen tot meest belovende nieuwe auteur en in 1960 werd hij voorzitter van de British Science Fiction Association. Gedurende de jaren 60 was hij literair redacteur bij de krant Oxford Mail.

Aldiss was niet alleen met zijn eigen werk zeer succesvol, maar ook als samensteller van bloemlezingen. Vooral een serie voor Penguin Books, gebundeld als The Penguin Science Fiction Omnibus (1973) kende meerdere herdrukken. Ook Space Opera (1974), Space Odysseys (1975), Galactic Empires (1976), Evil Earths (1976), en Perilous Planets (1978) kenden een goede ontvangst.

Het boek Frankenstein Unbound werd verfilmd door Roger Corman (1990). Het verhaal Supertoys Last All Summer Long vormde de basis voor de film AI (2001) van Steven Spielberg.

Aldiss won de Hugo Award voor het korte verhaal Hothouse in 1962. In 1965 verdiende hij de Nebula Award met de novelle The Saliva Tree. Zijn eerste BSFA Award kreeg hij in 1971 voor de roman The Moment of Eclipse. De John W. Campbell Memorial Award en de BSFA Award werden hem in 1983 toegekend voor Helliconia Spring en in 1985 won Helliconia Winter hem nog een BSFA Award. Met Trillion Year Spree kreeg hij in 1987 zijn tweede Hugo, de vierde BSFA Award en de Locus Award voor beste non-fictie boek.

In 1999 ontving hij de Nebula Grand Master Award van de Science Fiction and Fantasy Writers of America.

Geplaatst in Boeken in het Nederlands, Fictie.